Visie

De Nederlandse overheid wordt gekenmerkt door een hoog niveau van integriteit. Werken aan die integriteit is een kwestie van groot onderhoud. Integriteitprogramma’s zijn bedoeld om de fundamenten onder het bereikte integriteitniveau te verstevigen en het niveau waar mogelijk nog verder te verhogen.

In de ambtelijke wereld zijn de afgelopen twintig jaar in het onderhoudswerk grote vorderingen geboekt. Succesvolle strategie├źn en instrumenten werden in een samenhangend programma gecombineerd. In de politiek is de situatie anders: daar is met het versterken van de integriteit weliswaar een begin gemaakt, maar een systematische aanpak is nog niet gangbaar.

Democratische politiek is bij uitstek een morele onderneming. Ze is erop gericht het gewelds- en belastingmonopolie in dienst van de gerechtigheid te stellen, dat wil zeggen: in dienst van de bescherming van de rechten van burgers en de bevordering van de algemene belangen. Politici zijn bij uitstek moreel gemotiveerde personen. Vaak is ervaren onrecht de reden om politiek actief te worden. Altijd is het betrokkenen erom te doen iets voor de samenleving te betekenen.

De praktijk van het werk vraagt van politici een scherp bewustzijn van specifieke kwetsbaarheden:

  • Politici staan voortdurend voor zeer complexe morele beslissingen. Dat noopt tot het maken van uiterst nauwkeurige afwegingen, waarover vervolgens ook verantwoording moet kunnen worden afgelegd.
  • Bij het maken van die afwegingen begeven politici zich op terreinen waarover nog weinig morele kennis voorhanden is die aan die weging richting kan geven, zoals kennis over specifieke rechten van burgers en de handelingsverplichtingen die daaruit voortvloeien.
  • Politici begaan relatief vaak kleine integriteitschendingen zonder het zelf te beseffen. Dit houdt verband met de extreem hoge eisen die aan hun integriteit worden gesteld.
  • Politici die iets tegen (vermeende) schendingen willen doen, worden geconfronteerd met het feit dat de handhaving slecht is geregeld. Het blijkt moeilijk om tot een zorgvuldige handhaving te komen.

De hier geschetste vierledige kwetsbaarheid wordt vervolgens nog vergroot door een aantal in het oog springende fenomenen die binnen het politieke bedrijf van grote betekenis zijn: partijenconcurrentie, invloed van de media en soms ook een cynisch zelfbeeld.